Liefde en puin door Hans Fallada

De titel van de biografie over Hans Fallada (pseudoniem van Rudolf Ditzen 1893-1947) geschreven door zijn vaste vertaalster Anne Folkertsma, Alles in mijn leven komt terecht in een boek, is het adagium tegen wil en dank van deze grootse Duitse schrijver. Iemand die een maniakale werkdrift had, die als geen ander de pijnpunten van zijn tijd wist vast te leggen. De Dubbelmonarchie, de Groote Oorlog, de immense crisis tijdens het interbellum, nazi-Duitsland en de Russische bezetting. Het is ook niet niks. Hij is in al zijn iconische werken de spreekbuis van de gewone man, maar ook van de ploeterende schrijver, van de getergde (soms ook letterlijk gevangen) intellectueel. Moedige sociaalkritische romans, geschreven in een smakelijk idioom, met zelfspot, met een ongelooflijk sterke cadans. Fallada wist door de kanteling van de werkelijkheid, door de projectie van de effecten van het tijdsgewricht op een paar personages – niet zelden erg gelijkend op de schrijver zelf – de zenuw echt goed te raken. Fallada’s oeuvre is diep menselijk, zeer sterk invoelbaar. En daardoor dus tijdloos.

In de serie Broekzakbibliotheek van uitgeverij Cossee is een deel verschenen met een vijftal verhalen van zijn hand. Liefde en puin kan gezien worden als een introductie op het belangwekkende romanoeuvre van Fallada. Maar ook als eerste aanzet tot o zo noodzakelijke vertaling van het (kort)verhalende deel van het oeuvre van deze veelschrijver, van deze alleskunner. De vaste thematiek komt in elk verhaal op geheel eigen wijze terug. Chaos die met liefde wedijvert. Fallada is geëngageerd, maar het verveelt werkelijk nooit. In De trouwring speelt de schrijver heel bekwaam met de effecten van jaloezie, afgunst en de heersende moraal. Een bloedmooie vrouw, een uiterst jaloerse echtgenoot en een opzichter met geldtekort. Zolang de vrouw haar uit dukaten gesmede en door een mythische herder gezegende ring draagt, is de man vrij van zijn afgunst. Wanneer zij bij het aardappels rooien haar ring verliest, wringt ze zich in allerlei bochten, zorgt ervoor dat ze haar lange, voor een landarbeidster zeker sierlijke vingers moet verbinden. Een klassiek drama, door Fallada smeuïg opgediend. De bittere gevolgen van aannames.

De trouwring en het daaropvolgende bitterzoete Tweekamp in het koren stammen uit de tijd aan het begin van de twintigste eeuw, toen Ditzen zelf een weinig succesvolle leerling was in het landbouwwezen. Hij zou zomaar de wat klunzige Ranft kunnen zijn. Een jongeman die zich de toorn van de duidelijk mentaal mindere begaafde opzichter op de hals weet te halen, zeker wanneer hij naar de mooie kaasmaakster Wrunka lonkt. Er ontstaat een doldrieste strijd, figuurlijk en ook letterlijk, wanneer beiden elkaar in een ‘zeiswedstrijd’ achterna maaien. Ranft met de kracht van de woede in zich en de opzichter met al zijn ervaring. Ranft wint en verliest tegelijk.

Ik krijg werk is een typisch crisisverhaal van Fallada. Triest en bijzonder grappig ineen. Zelf was Ditzen ook eenmaal een niet al te succesvolle colporteur van krantenabonnementen. Een baantje dat je dan maar aanneemt omdat er werkelijk niets anders is. De verkoopflair is natuurlijk al snel verdwenen, en zoals bekend, koopt niemand iets van iemand die een praatje opdreunt. Maar wat een rake schetsen van de verschillende types klanten. En hebben ze inderdaad eigenlijk niet gelijk. Dat ze dat geleur aan de deur met recht zat zijn. Ach, zat de hoofdpersoon maar weer aan een bureau, in een eigen kantoor. Daar waar hij hoort. Mooi hierbij passend is De bedelaar die geluk brengt. De weg omhoog binnen een onderneming is altijd langzaam, razendsnel volgt de val. In dit geval first in, first out. De positie van afdelingshoofd in de verkoop is niet meer nodig. Een prachtig verhaal over zelfbedrog, over valse hoop waaraan ten einde raad maar wordt vastgeklampt. Wachten, altijd maar wachten op het verlossende woord. Of op de dood.

Het titelverhaal sluit dit broekzak-kleinood mooi af. Kan en vooral mág van de omgeving er wel liefde en levenslust zijn wanneer je stad, je land in puin ligt. Een pasgetrouwd stelletje roept in het openbaar, in de metro bijvoorbeeld, veel wrevel op. Ze zijn ongepast vrolijk, lachen en zoenen wat af. ‘Ze konden hun omgeving heel gemakkelijk vergeten, maar hun liefde geen moment.’ Herkenbare irritatie. Misgunnen. Natuurlijk overkomt juist door hun ongekunstelde gedrag ook hen wat ongeluk, horen ze er daarna eindelijk ook bij. Een mooie, bevrijdende scène tot slot van dit verhaal, tot slot van dit boek. ‘Want ze hebben alleen dit ene leven. En je kunt niet vroeg genoeg beginnen om het te vullen met liefde en geluk.’ Leest allen het oeuvre van Fallada! Anne Folkertsma, blijf gestaag vertalen!